Wanneer een zzp'er uitgaven maakt voor de uitoefening van zijn onderneming, zijn deze in het algemeen allemaal aftrekbaar van de fiscale winst. Dit ongeacht of de zzp’er nu wel of niet aan het urencriterium voldoet. Het gaat dan om de kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van zijn onderneming en de kosten die rechtstreeks op zijn onderneming betrekking hebben.
Aftrekposten zijn bedragen die van het belastbaar inkomen afgetrokken mogen worden. Aftrekposten kunnen bijvoorbeeld zijn:
-Arbeidsgerelateerde kosten: de reiskosten woon-werkverkeer.
-Persoonlijke verplichtingen: bijvoorbeeld hypotheekrenteaftrek.
-Buitengewone lasten: bijvoorbeeld hoge ziektekosten, studiekosten, kinderopvang.
-Giften.
De aftrekposten verlagen dan het inkomen (zodat over een minder hoog bedrag sociale premies betaald hoeven worden). Dit wordt van de belasting aftrekken genoemd, hoewel het niet zo is, dat het hele bedrag van de te betalen belasting wordt afgetrokken, het wordt feitelijk van het belastbare bedrag afgetrokken.
Met o.a. de starters- en zelfstandigenaftrek en investeringsaftrek kun je je belastbaar inkomen dus verlagen en hoef je uiteindelijk minder belasting te betalen. Let op! Aan het gebruik van aftrekposten zijn wel voorwaarden verbonden.
Kaartjes vereist voor aftrek reiskosten
Reiskosten voor woon-werkverkeer zijn voor werknemers alleen aftrekbaar als zij gebruik maken van het openbaar vervoer. Een van de voorwaarden voor aftrek van reiskosten is een openbaar vervoerverklaring. Deze verklaring wordt afgegeven door het openbaar vervoerbedrijf aan abonnementhouders. Voor werknemers die losse kaartjes kopen is aftrek mogelijk als de werkgever een zogenaamde reisverklaring verstrekt. Niet duidelijk is of in dat geval de werknemer ook moet beschikken over de losse vervoerbewijzen om voor aftrek in aanmerking te komen of dat het bewijs dat met openbaar vervoer is gereisd op andere wijze kan worden geleverd. De Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting 2001 bepaalt dat een belastingplichtige op verzoek van de inspecteur zowel de reisverklaring als de plaatsbewijzen aan hem moet overhandigen. De rechtbank Haarlem stond aftrek toe aan iemand die geen plaatsbewijzen meer had, maar die aan de hand van giroafschriften en de reisverklaring voldoende aannemelijk wist te maken dat zij met het openbaar vervoer had gereisd.
In hoger beroep heeft Hof Amsterdam deze uitspraak vernietigd. Volgens het Hof zijn de plaatsbewijzen een essentieel onderdeel van het te leveren bewijs, omdat door de combinatie van de reisverklaring en de plaatsbewijzen het verband tussen het woon-werkverkeer en het met het openbaar vervoer afgelegde traject kan worden gelegd. Noch uit de tekst van de wet of Uitvoeringsregeling, noch uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit bewijs op een andere wijze kan worden geleverd.
Opmerkelijk is dat Hof Amsterdam in een vergelijkbare procedure eerder oordeelde dat de kaartjes alleen als bewijs overgelegd moeten worden als tussen de belastingplichtige en de inspecteur in geschil is of de belastingplichtige wel gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer. Andere vormen van bewijs dan de vervoerbewijzen hoeft de inspecteur niet te accepteren. Als tussen partijen niet (meer) in geschil is dat de belastingplichtige met het openbaar vervoer heeft gereisd hoeft er geen bewijs geleverd te worden. Dat betekent dat de vervoerbewijzen dan niet nodig zijn.
Hoezo kan een zzp-er kinderopvangkosten opgeven als aftrekpost?
@sab hoezo niet?
Duizenden ZZP'ers binnen handbereik! Zelf werven, selecteren en matchen met een beetje hulp van POOQ. Kosteloos. Geen kleine lettertjes.
10-04 Bezoekcijfers januari tot en met maart 2012
29-03 ZZP'ers slaan vaker de handen ineen
16-03 Uurtarief hoger opgeleide zzp'ers daalt
15-03 Hypotheek moet eenvoudiger voor zzp'ers
14-03 Aantal ZZP'ers blijft groeien
15-02 54% van de ZZP-ers houdt het financieel maar...